Muziek is in het leven van de mens al eeuwenlang een zeer belangrijk communicatiemiddel.
Het is een taal van alle tijden en volken en wordt door iedereen verstaan. Op welke wijze dan ook voortgebracht.

De oerstem
In het begin was dat de stem en het zingen. Pas later kreeg men de behoefte om die stem de begeleiden. Een trommel zorgde voor het slaan van het ritme en een uit riet gesneden fluit zorgde voor de begeleiding van de stem. Later kwam daar een snaarinstrument bij, een vedel met darmsnaren, lijkend op onze viool.

Het klavierinstrument
Pas eeuwen later kwamen de toets instrumenten. De oudste daarvan is het orgel, 12e eeuw, wat eigenlijk in oorsprong niets anders was dan een verzameling fluiten op een windlade en een blaasbalgje om wind in de lade te pompen. Zo waren er minder fluitisten nodig.
In het begin waren dat draagbare orgels, die in optochten werden meegevoerd. Eigenlijk was dat dus het oerkeyboard, dat we nu kennen en heel populair is.
Maar doordat dat orgel steeds groter werd, zocht men een plek om dat instrument te kunnen plaatsen. En omdat in die tijd de kerk het enige grote en openbare gebouw in een plaats was, kwam het dus daar te staan. En het is er niet meer weggegaan. Daar kreeg het de functie van vermaaksinstrument tijdens de markt, die toen nog in de kerk gehouden werd. Er werden vrolijke liedjes op gespeeld, de pop van die tijd. Die functie heeft het orgel tot ver in de 16e. eeuw gehouden. Pas begin 17e eeuw, werd het orgel ook gebruikt tijdens de kerkdienst. Iets wat voor die tijd verboden was…….


Het snaarklavierinstrument
Het bekende klavierinstrument uit de barok is het klavecimbel, dat op zijn beurt weer het virginaal verving. Dat was een soort tafelmodel klavecimbel met een klavier. De snaren werden door de toetsen aangetokkeld. Dat verklaart voor een deel het klankkarakter. Dat was een heldere wat dunne toon. De grotere klavecimbels hadden wel 2 klavieren. Bach heeft veel voor dit instrument geschreven. Dynamiek verschillen, zeg maar: luid en zacht spelen was niet mogelijk. Wel kon je een zgn. luitregister gebruiken, waardoor de toon wat ronder en milder werd. In de 18e eeuw kreeg men de behoefte om wel dynamischer te spelen. Christofori uit Italie vond een klavierinstrument uit die dat wel kon: De Pianoforte. De naam zegt het al: luid en zacht. Componisten als Beethoven en Schubert hebben voor dit instrument geschreven.

 

Halverwege de 19e eeuw ontstond onze huidige piano. Of liever; de vleugel. Pionier was Steinway, een naar Amerika vertrokken Duitser, die een grote rol in de ontwikkeling speelde.
Dat was het instrument, waar Chopin voor schreef. In de 20e eeuw kreeg de gewone piano grote belangstelling voor thuisgebruik .
In de jaren 10 van de vorige eeuw kwam er een nieuwe kijk op het piano spelen, De Nieuwe Pianistiek. Die ging uit van de “aaibaarheid” van het instrument. Zeg maar het impressionisme. Muziek van Debussy en Ravel onderstrepen dat.
De piano heeft nog steeds een zeer belangrijke rol in de muziek ontwikkeling van mensen, en zeker bij kinderen.
De invloed van muziek op het gevoelsleven is een niet te onderschatten factor. Kinderen, die muziek maken ontwikkelen zich beter tot harmonische mensen. Ze zijn minder agressief en kunnen beter naar elkaar luisteren. Ik vind dat in deze tijd een zeer belangrijke eigenschap.

Ik zal daarom met deze doelstelling voor ogen en het plezier in muziek, lesgeven aan mijn leerlingen.